Qua teamvorming nog een wereld te winnen
13 April 2010
BEEKBERGEN/ROTTERDAM – Hans Gootjes, de topsportmanager van de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU), heeft zich in een exclusief interview met verslaggevers van GymPOWER uitgelaten over de selectieprocedures voor EK’s en WK’s die de KNGU momenteel hanteert. Gootjes, wiens tweede internetstartpagina de website van GymPOWER is, vertelde open over zijn visie op teamwork en het nieuwe selectiebeleid van de nationale turnbond.
Wat heeft u voordat u bij de KNGU kwam werken gedaan?
Ik kom zelf uit een teamsport, namelijk basketbal Als sporter heb ik voor Jong Oranje gespeeld. Na mijn studie bewegingswetenschappen ben ik werkzaam geweest bij NOC*NSF, de basketbalbond NBB, en de schaatsbond KNSB.
Wat heeft u doen besluiten om te solliciteren op de functie topsportmanager bij de KNGU?
Ik heb de turnsport altijd vanaf de zijlijn gevolgd als één van de mooiste en meest populaire (kijk)sporten In mijn ogen viel er een wereld te winnen. Vooral op het gebied van teamvorming. Nederland oogde niet als een echt team zoals bijvoorbeeld Amerika. En dat zou wel moeten. Vaak schudden de sporters elkaar op Schiphol voor het eerst de hand en vanaf dat moment pas als ‘Nederland’ op stap gingen; Juist in de voorbereiding op een wedstrijd moet al als team gewerkt worden.. Daar zag ik veel verbeterpunten. Maar die zag ik ook op het gebied van presentatie en uitstraling (zowel voor het team als voor individuele sporters).
Maar u komt niet uit de turnwereld….
Nee, en ik denk dat dat een voordeel kan zijn. Ik kende bijna niemand binnen de turnwereld. Dat zorgt ervoor dat ik alles objectief kan bekijken en neutraal kan benaderen.. Ook vraag ik veel aan coaches om op die manier zo goed mogelijk mijn keuzes te kunnen maken. Reacties en adviezen van coaches maken ook onderdeel uit van het selectietraject van de teams bij Turnen Dames (TD), Turnen Heren (TH) en Trampolinespringen (TS). Ik heb me altijd afgevraagd waarom het vormen van een team in een tak van sport als turnen zo moeilijk is. Ik wilde dat graag verbeteren.. Als topsportmanager wil ik ervoor zorgen dat er een goede samenwerking is tussen sporters en coaches (onderling) en met de overige leden van het begeleidingsteam.. Het is plezierig om in de praktijk te zien dat die aanpak werkt
Zijn er daarom ook nieuwe selectieprocedures waarbij er meer als team wordt getraind?
Ja, dat klopt. Ik vind het belangrijk dat er een hecht team wordt gevormd, zeker in de aanloop naar het EK en WK van dit jaar waarin teamwedstrijden op het programma staan. Dat doen we bijvoorbeeld in de vorm van stages en trainingsweekenden waarin de geselecteerde sporters samen trainen en deelnemen aan andere activiteiten; denk aan mediatraining, een voorlichting over voeding of een bijeenkomst over mentale begeleiding. Ook zie je de voordelen van het werken met verschillende trainers in de voorbereidingsperiode voor een evenement. In het team voeg je zo specifieke deskundigheid en kennis van de verschillende trainers samen en kunnen de sporters zich nog meer aan elkaar optrekken. Daarmee kun je zowel de coaches als de sporters naar een hoger niveau tillen..
Toch zijn die kwalificatietrajecten niet helemaal duidelijk voor iedereen. Hoe werkt het nou eigenlijk?
Een team samenstellen is eigenlijk een vorm van kiezen. In theorie heb je daar drie mogelijke modellen voor. 1. Het Amerikaanse ‘trialsysteem’ waarin op één moment alles moet lukken. Ben je geblesseerd, dan heb je pech. 2. In het tweede model gaat het om een bondscoach die bepaalt wie er in het team komt; zoals de ‘Bert van Marwijk manier’ bij het Oranje voetbalelftal. Maar volgens mij werkt dat niet in sporten als turnen of schaatsen. Het derde systeem is het selecteren op basis van een combinatie van objectieve criteria (zoals uitslagen van wedstrijden) en subjectieve gegevens; die laatste methode gebruiken we in het turnen en trampolinespringen. Sinds dit jaar selecteren we mede op basis van de resultaten van de zgn. Open Kwalificatie een trajectselectie waaruit uiteindelijk het definitieve team wordt samengesteld voor een (J)EK of WK.
Waarom werkt ‘de Bert van Marwijk manier’ niet in een sport als turnen?
Als we al zouden kiezen voor dat model, dan veronderstelt dat het kunnen beschikken over een bondscoach die volledig boven alle partijen staat, gezag heeft en het onvoorwaardelijke respect en vertrouwen geniet van sporters en coaches.In Nederland hebben we een groot aantal goede coaches, In deze Olympische cyclus kiest de KNGU voor de variant met een team van trainers.
U kiest dus voor selectie op basis van objectieve en overige gegevens. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?
Allereerst wordt er gekeken naar de objectieve gegevens, Onder objectief wordt verstaan: meetbaar door middel van cijfers dan wel plaatsingscijfers. Voorbeelden van objectieve selectiecriteria zijn het resultaat van de Open Kwalificatie, de resultaten van modelwedstrijden tijdens de stages, de resultaten van interlandwedstrijden, behaalde D-scores (moeilijkheidswaarde van de oefening) en E-scores (voor uitvoering). Daarnaast betrekken we in de kwalificatieprocedure een aantal subjectieve criteria, zoals de potentiële D- en E-score, de stabiliteit, de fysieke en mentale gesteldheid, de inzetbaarheid op de verschillende toestellen, de teamrol (bijdrage aan het groepsproces) en de topsportattitude in en buiten de training. Mijn rol is vooral om de kwaliteit van het proces te toetsen. Ik kijk of de regels uit de procedure gevolgd zijn, of de afspraken uit de procedure nageleefd zijn en of er goede argumenten zijn om bepaalde sporters wel of niet in het traject of het team op te nemen. De kwalificatieprocedure wordt daarbij ruim van tevoren bekendgemaakt en gepubliceerd op de website van de KNGU, zodat deze voor iedereen duidelijk is.
Selecteert u het (traject)team zelf of doet u dat in overleg met bijvoorbeeld trainers?
Natuurlijk heb ik contact met de verschillende trainers, maar de trajectselectie en in een later stadium ook het definitieve team stel ik uiteindelijk vast na advies van de leden van een selectiecommissie. Bij de senioren dames bestaat die selectiecommissie uit uit Gerben Wiersma, Vincent Wevers en Aukje Molema. Bij de junioren dames zitten Gerrit Beltman, Claudia Werkhoven en Patrick Kiens in de selectiecommissie.
Hoe zit het met de andere trainers dan?
Na de Open Kwalificatie gaan we om de tafel met álle betrokken trainers. Daarmee bedoel ik de trainers die een turner of turnster hebben die deelneemt aan de kwalificatiewedstrijd. In dat gesprek worden de prestaties van alle sporters beschouwd en komt op die manier meer informatie naar voren dan alleen op basis van de einduitslag. Als een turner of turnster bijvoorbeeld niet zo goed presteerde op de wedstrijd maar doorgaans in de trainingen wel, dan wordt dat vermeld. Ook als iemand al wat langer kampt met bijvoorbeeld een blessure, dan geven de trainers dat aan in die bespreking. Niet alleen de ‘eigen’ sporter is onderwerp van gesprek, maar er wordt ook feedback gegeven op andere turn(st)ers..
Maar in dit overleg wordt dus niet het team bekend gemaakt…
Nee, dat gebeurt pas op een later moment. Eerst maak ik, in samenspraak met de selectiecommissie, zo snel mogelijk na de Open Kwalificatie de trajectselectie bekend. Vervolgens gaan de turners of turnsters op stage, volgen ze centrale trainingen of nemen ze deel aan (internationale) wedstrijden. Tijdens die periode hebben de trainers ook weer een overleg met mij, op dezelfde manier als eerder genoemd na afloop van de open kwalificatiewedstrijd. Vervolgens maak ik na overleg met en advies van de selectiecommissie het definitieve team bekend. Uiteindelijk ben ik dus verantwoordelijk voor de keuze van het team, maar is de inbreng van de betrokken trainers heel belangrijk.
Waar kijken jullie dan naar bij het selecteren van sporters?
Natuurlijk kijken we allereerst naar de scores die ze hebben neergezet bij de kwalificatie. Maar in een teamwedstrijd zeker ook naar de inzetbaarheid per toestel. Bij de heren hebben we specialisten van wereldniveau als Epke Zonderland, Jeffrey Wammes en Yuri van Gelder. We zetten de potentiële deelnemers en de toestellen in een lijstje. Daarin kruisen we per toestel en per turn(st)er de inzetbaarheid aan met verschillende kleurtjes. Epke krijgt bijvoorbeeld een groen kruisje op zijn beste toestellen rekstok en brug. Bij de dames blijkt na berekening bijvoorbeeld dat het inzetten van Sanne Wevers op balk het Nederlandse team bijna een punt extra oplevert. Dat moeten we dan afwegen tegen een turnster die inzetbaar is op de toestellen waarop Sanne geen specialist is.
En zoiets geeft de doorslag?
Onder andere. Het is natuurlijk belangrijk om te kijken wat het oplevert als je een sporter op een bepaald toestel inzet. Maar stabiliteit is ook van belang, zeker in een 5-3-3 format zoals op het EK waarop alle scores van de 3 sporters per toestel tellen voor het teamresultaat.. We zetten de behaalde scores tijdens de kwalificaties en overige wedstrijden in acht verschillende matrices en bekijken wat dan het beste team is. Maar dat is zeker niet doorslaggevend; we wegen daarnaast ook andere objectieve en subjectieve factoren.
Nog even kort… eerst de open kwalificatie en dan…?
Eerst wordt de open kwalificatie geturnd. Vervolgens is er een nagesprek met álle trainers. Dat gesprek geeft een indicatie, maar is niet doorslaggevend. Na dat gesprek vindt een overleg plaats binnen de selectiecommissie die haar voorkeur bekendmaakt aan de topsportmanager die overigens bij alle genoemde gesprekken (als voorzitter van het overleg en procesbegeleider) aanwezig is. Ik maak uiteindelijk het definitieve (traject)team bekend.
We kunnen ons voorstellen dat niet altijd iedereen het eens is met uw beslissingen…
Dat klopt, maar zolang ik als eindverantwoordelijke voor de selectie onze keuzes kan uitleggen en verantwoorden, dan is dat ‘all in the game’. Topsport is een kwestie van kiezen en er zullen altijd teleurstellingen zijn. Van belang is dat het proces zorgvuldig en integer plaatsvindt. Het is plezierig om te kunnen constateren dat er veel positieve geluiden zijn over de nieuwe aanpak in het algemeen en de samenwerking binnen het (traject)team in het bijzonder. Dat is een bevestiging dat we ook met het nieuwe selectiebeleid op de goede weg zijn en een volgende stap hebben gezet in de professionalisering van het turnen en trampolinespringen. Dat straalt uiteraard ook af op de sporters en de trainers.
Maar eigenlijk is er gewoon geen eerlijk systeem waarbij de ontwikkeling van de sporter centraal staat, want nooit is iedereen het eens….
Dat is onvermijdelijk in onze tak(ken) van sport. Door te werken met een combinatie van objectieve en subjectieve criteria als meest zichtbare uitingen van het nieuwe selectiebeleid, worden de belangen van de sporters juist gediend. Na trajecten voor de EK en de WK worden overigens systematisch geëvalueerd, zodat – waar nodig – altijd bijstellingen kunnen plaatsvinden..
Het valt ons op dat er sporters zijn die buiten de boot vallen door ‘net niet’ klasseringen. Zij krijgen ook geen of nauwelijks gelegenheid om ervaring op te doen tijdens interlands en dergelijke. Hoe zit dat?
Per wedstrijd mogen we maar een beperkt aantal turners of turnsters meenemen. Zo worden tijdens het EK in Birmingham alleen de vijf turn(st)ers in het team geaccrediteerd. De overige sporters doen gedurende het hele voorbereidingstraject veel ervaring op; dat is juist het voordeel van het werken met een trajectselectie ten opzichte van het oude selectiebeleid. Bovendien biedt de huidige manier van selecteren ook duidelijkheid voor sporters die – nadat ze zijn afgevallen uit de trajectselectie of eerder al niet geselecteerd zijn – zich dan kunnen richten op een nieuw doel, bijvoorbeeld de Nederlandse Kampioenschappen trampolinespringen op 12 juni in Aalsmeer of de NK turnen op 19 en 20 juni in Heerenveen
Opmerkingen:
Opmerkingen plaatsen?






