Actueel op GP
Home » Geen categorie » Rope skipping bezig aan comeback in Nederland

Rope skipping bezig aan comeback in Nederland

Foto © Nuri Gazibeyoglu

Foto © Nuri Gazibeyoglu

NAARDEN – Rope skipping staat volop in de spotlights. Indrukwekkende optredens van DDF Crew en BB Crew tijdens populaire tv-talentenjachten en de eindejaars gymgala’s in Almere en Antwerpen heeft de sport bekendheid bezorgd onder een breed publiek. België is al jaren een grootmacht op wereldniveau, in Nederland wordt hard gewerkt aan een comeback. De focus ligt op de route naar de Wereldkampioenschappen 2014 in Hong Kong.

Touwtjesspringen ontwikkelde zich in de jaren zeventig tot een boeiende wedstrijd- en demosport, met vele spectaculaire vormen zoals ‘Double Dutch’, ‘Single Rope’ en ‘Chinese Wheel’. Salto’s, handstand, pirouettes, koprollen, alles is mogelijk. In veel sporten is het ook een conditioneel hulpmiddel: “Op een relatief klein oppervlak kunnen conditie en coördinatie, alsook lichtvoetigheid en mentaliteit getraind worden. Allemaal voorwaarden voor vele sporten, zo niet alle sporten”, legt Eric Herber uit, één van de grondleggers van deze sport in Nederland. Voor hem schrijf je de naam en de activiteiten van zijn sport met kapitalen. “Ik weet dat de Dikke Van Dale daar anders over denkt, maar ik vind de activiteiten dermate krachtig en belangrijk, dat ik ze een opvallende(re) positie in een tekst wil geven.”

Rope skipping bloeide in Nederland eind jaren negentig op. De eerste European Masters werd in 1996 in de sportaccommodatie bij het Bondsbureau van de KNGU in Beekbergen georganiseerd. Anjo van Kelckhoven en Herber behaalden als eerste Nederlandse deelnemers de zesde en zevende plaats. In 1998 werden de Europese Kampioenschappen in Amsterdam georganiseerd en behaalde Herber samen met Marjolein Kwant, mede dankzij de foutloze ‘Pairs-Freestyle’, een tweede plaats. In 1999 behaalde Martin Loenen als eerste Nederlander op een WK de vijfde plaats. Dit alles was een grote impuls voor de groei van de sport in Nederland. Herber: “Rope skippers zijn enthousiast over hun sport en maken daarin een duidelijke keuze. Ze gaan met veel energie, privé geld en passie naar hun trainingen en de wedstrijden. Door de jaren heen heb ik heel veel rope skipping meegemaakt, bijgedragen en geïnnoveerd.”

Het begon allemaal met een verbluffende demonstratie van de Zweedse damesploeg van Kämpinge tijdens de Nederlandse Gymnaestrada in 1995. “Ze demonstreerden schijnbaar moeiteloos hun kunsten met enkel touw en dubbele touwen. Met mijn bagage als turner en sportdocent raakte ik nagenoeg direct gepassioneerd. Door de eenvoud en complexiteit in één activiteit, door de teamsport en individualiteit”, vertelt Herber. Tijdens de Wereld Gymnaestrada in Berlijn ging hij nog een keer kijken en later die zomer kon hij tijdens de Zomerkampen in Beekbergen zijn ervaringen en interesse delen met KNGU-man Geert-Jan Sikkens, die de mogelijkheden van deze sport als activiteit van de gymnastiekunie onderkende. Samen met drie collega-trainers van GTV Keizer Otto uit Naarden, – Anke Herber, Jeroen van der Mark en Mieke Hölscher -, reisde Herber af naar de EK met aansluitend een ropeskipkamp in het Zweedse Hölvikken.

Logo © Projump

“Een week lang hebben de touwtjes mij gefolterd, mij geestelijk gekweld en mij op mijn knieën gedwongen. Aan het eind van de week was ik een van hen geworden”, herinnert Herber zich. Terug in Nederland begon het viertal als ‘Productgroep Rope Skipping’ onder de paraplu van de KNGU met het geven van trainingen en workshops, het maken van materiaal en het formeren van het demoteam ‘Dutch Delight’ bij hun thuisvereniging in Naarden. “De touwtjes die we hadden meegenomen uit Zweden werden op onze scholen en verenigingen getoetst aan de leerlingen en leden.” Herber aanvaardde weldra ook een bestuursfunctie bij de Europese en wereldfederaties ERSO en FISAC-IRSF. “In vijftien jaar tijd hebben vele mensen zich ingezet om rope skipping te ontwikkelen als sport in Nederland. Het is onmogelijk ze allemaal hier te noemen, maar de dank en erkenning is er wel voor alles wat ze gedaan hebben.” Met Nico Veenman en Peter Hoek werd de Nederlandse federatie NRSO opgericht en aangevuld met Roel Metsemakers werden de Europese Kampioenschappen van 2007 in Veldhoven georganiseerd. Het was voorlopig het laatste grote evenement rope skipping dat in Nederland georganiseerd is.

Herber deed een stap terug. De vrijwilligersrol werd geparkeerd. Anderen namen de handvatten binnen de vereniging en de bond over en hij legde zich toe op zijn eigen spring- en beweegbedrijf Projump, “als de enige fulltime zelfstandig ondernemende touwtjespringer”. Door het hele land verzorgt hij samen met zijn team van Jumpclinic trainingen en clinics voor middelbare scholen, basisscholen, gymnastiekverenigingen, vervolgopleidingen, bijscholingen docenten, sport-  en spelleiders, trainers en talenten in vele sporten en voor diverse PR-campagnes voor bedrijven. Alleen al in 2012 waren dat  144  organisaties op 103 locaties. “Overal waar het product ‘touwtjespringen’ getoond wordt, zijn de reacties enthousiast en zien velen de potentie ervan. Ondanks dat is rope skipping in de afgelopen zes jaar als sport niet verder gekomen in Nederland. Mij is nog steeds niet duidelijk waarom.”

In november heeft Herber de training van de selectie rope skippers van GTV Keizer Otto toch weer onder zijn hoede genomen en is hij weer in de wedstrijdsport actief. “Wat dit allemaal kan gaan betekenen, wil ik nog niet te veel aan denken. Diverse paden zijn nu uitgezet en klaar om te bewandelen, met de WK van 2014 als doel.  Tussendoor ga ik zeker ook af en toe achterom kijken. Ik zou er een heel boek over kunnen schrijven.”

Meer informatie is te vinden op de websites van GTV Keizer Otto, Dutch Delight, Projump en Jumpclinic.

Artikel GymPOWER/Tekst © Theresa Beijn