Actueel GP nieuws
Home » GP Actueel » Team Nederland maakte het heel spannend in derde subdivisie van EK 2018
Team Nederland maakte het heel spannend in derde subdivisie van EK 2018

Team Nederland maakte het heel spannend in derde subdivisie van EK 2018

GLASGOW – In de derde subdivisie van de Europese Kampioenschappen damesturnen 2018 in The SSE Hydro hal in Glasgow, Schotland, UK, maakte Team Nederland het erg spannend. Met nog een zware, laatste subdivisie te gaan met op papier de sterkste landenteams van Europa, stond het Oranje damesturnteam met 158,529 punten op de tweede plaats in het landenteamklassement. Team Belgium, aangevoerd door wereldtopper Nina Derwael, turnde voorbij met 159,331 punten. Uiteindelijk werden beide teams respectievelijk vijfde en derde, wat hen een ticket voor de teamfinale opleverde.

Individueel werden nog voor Nederland drie toestelfinales bereikt door Tisha Volleman (zesde op sprong met 13,866 punten), Sanne Wevers (vierde op balk met 13,366 punten) en Céline van Gerner (achtste met 13,066 punten op vloer). Voor België zijn dat Nina Derwael (tweede op brug met 14,400 en eerste op balk met 13,500 punten) en Maellyse Brassart (achtste op balk met 13,066 punten).

Het duel der lage landen

De opkomst van het Nederlandse team op het showpodium in The SSE Hydro á la synchroonzwemmen, een soort gechoreografeerde haka, is viraal gegaan in gymsportland. Vera van Pol opende de derde wedstrijd van de EK-kwalificatieronde. Ze begon vol vertrouwen, maar maakte te veel snelheid die ze niet meer onder controle kreeg. Met grote strubbelingen bij het afronden van de series (bijna tot zit, voet buiten de lijnen en onzuivere landing) kwam ze tot 12,166 punten. Tisha Volleman deed het beter, maar ook bij haar heerste er ongebruikelijke onrust waardoor haar mooie vloeroefening niet geheel uit de verf kwam: 12,700 punten. Céline van Gerner werd hier als derde Nederlandse ingezet, deed op het blote oog weinig fout en scoorde 13,066 punten. Op sprong kreeg Naomi Visser, die op het laatste moment aan het Oranjeteam was toegevoegd om de geblesseerde Eythora Thorsdottir te vervangen, haar enige kans om een bijdrage te leveren aan de teamscore en deed dat met verve: 13,633 punten. Van Pol liet haar kwaliteiten als sprongspecialist overtuigend zien en zette 13,866 punten neer met haar sprong. Volleman kreeg de kans om zowel de kroon op het werk te zetten voor het team als te gaan voor individueel succes. Met twee fenomenale sprongen (V1 14,233;  2 13,500) deed ze een considerabele bijdrage aan het teamresultaat (13,866 punten) en bezette op dat moment de eerste plaats in het toestelklassement wat haar gelijk een riant uitzicht gaf op een finaleplaats.

Op brug werden de honneurs waargenomen door Van Gerner (13,333), Van Pol (vijfde 13,400) en Sanne Wevers (vierde met 13,666) om op balk te eindigen met dezelfde turnsters. Van Pol turnde zich naar 12,666 punten, Van Gerner overspeelde haar hand met te veel haast en maakte een grote wiebel waardoor ze eindigde met 12,500 punten. Wevers, aangekondigd met alle egards als regerend Olympisch kampioen op dit toestel, zette alles in en ging voor het allerhoogste. Het was niet de meest overtuigende oefening uit haar glansrijke carrière: 13,366 punten. Zelf was ze ook teleurgesteld met deze score, want er werd protest ingediend bij de jury. Dit werd echter afgewezen. Ondertussen zag je het Belgisch team strijden en stralen de hele wedstrijd door. Het ging niet over rozen en je zag de zenuwen ze hier en daar ook de mist in laten gaan. Ze bleven vechten om het allerbeste te geven om op dit moment op dit EK te bewijzen dat er ook in deze Olympische cyclus rekening met dit team moet worden gehouden. Axelle Klinckaert (13,400 op vloer en 13,700 op sprong), Maellyse Brassart (13,533 op sprong), Senna Deriks (13,000 op brug) en Nina Derwael (14,400 op brug en 13,500 op balk) bezorgden België  – met de beste teamtotaalscore op drie toestellen – een plekje boven Team Nederland in het landenteamklassement. Opvallend was dat Derwael niet aan de score van de Zweedse Adlerteg op brug (14,600 punten) kwam. Het werd nagelbijten voor de Nederlandse èn Belgische turnliefhebbers, maar dat maakt zo’n marathonwedstrijd ook leuk om uit te zitten.

De laatste en zwaarste subdivisie

In de laatste subdivisie kwamen nog de teams van Roemenië, Duitsland, Italië, Rusland, Hongarije, Frankrijk, Zwitserland en Groot-Brittannië. Op papier genoeg teams die hier sterk uit de verf zouden kunnen komen, maar er zijn veel grote landen die hier gezien het momentum in deze Olympische cyclus, halverwege de Road to Tokyo 2020, een team opstellen met relatief jonge turnsters die de kans krijgen ervaring op te doen en zich nog zullen moeten bewijzen voor ze het definitieve vertrouwen van een vaste waarde krijgen. Op de tribune zaten vele supporters die de Nederlandse turnsters luid aanmoedigden en erin bleven geloven: “Een heel spannende wedstrijd zo. Het was een goede sprong van Naomi! We hebben uitgekeken naar Eythora, jammer dat ze er niet bij is. We kwamen het meest voor haar en wensen haar sterkte. Lastig dat de Belgen er op het laatste moment over heen gingen. Je moet met iedereen rekening houden, want in de laatste ronde zitten de sterkste teams. We hebben er nog alle vertrouwen in!” 

De juichsalvo’s voor het Britse team van het thuispubliek veroorzaakten met de akoestiek van deze gigantische ovale hal, net als tijdens het WK van 2015, een bijna verlammende geluidsgolf. Dat hadden ze wel nodig, want het jonge team zonder grote namen moest het ook plots zonder kopvrouw Rebecca Downie doen die zich blesseerde na de podiumtraining in Glasgow. Gedragen door de de luide aanmoedigingen van hun fanatieke supporters, vocht het team bestaande Alice Kinsella, Kelly Simm, Georgia-Mae Fenton, Teaja James en Lucy Stanhope zich naar 158,795 punten waarmee ze Team Nederland nipt voorbij streefden in het klassement. Jonge kinderen uit Schotland en andere landen van Groot-Brittannië kwamen met veel plezier de hele dag kijken naar de wedstrijd en moedigden hun heldinnen fanatiek aan. De ouders komen ook mee en genieten met hun kroost. Een moeder uit Glasgow vertelt:“Het is goed voor de stad, we zijn erg sportminded en de Commonwealth Games hier vier jaar geleden hebben ons allemaal zeer geïnspireerd. Mijn dochter is daardoor gaan turnen.” Andere supporters zijn er zeker van dat het Britse team tot meer in staat is dan die vierde plaats “We zijn erbij in de finale, maar kunnen echt beter. Balk was in de voorbereiding juist èèn van onze beste toestellen. Daar lieten we veel liggen.”

Grootmachten en comebacks

Grootmacht van weleer Roemenië, heeft de terugweg naar de Europese top nog niet gevonden. Het nieuwe, jonge team maakte op sprong nog een redelijke vuist, maar op Denisa Golgota na bleek het (nog) niet sterk genoeg om serieus aanspraak te maken op een plek in de teamfinale. Met 147,663 punten bleef het land op een roemloze plaats 12 hangen. De lang verbeide comeback in de internationale turntop zal op een volgend titeltoernooi moeten gebeuren. De andere grootmacht van weleer, Rusland, moest het ook doen met een jong team schier onbekenden die flink met zichzelf leken te worstelen, maar aangevoerd door Angelina Melnikova bewezen ze dat je Rusland nooit mag afschrijven voor het eind van de wedstrijd. Ondanks het feit dat je hen hier en daar missers zag maken, wist Rusland met 161,462 punten zelfs gewoon de tweede plaats te bereiken. Dat belooft nog wat, als ze zich op volle kracht met een schepje bovenop in de finalestrijd gaan werpen. Lang leek het er op dat Hongarije, dat een abonnement op de 12+ punten had, niet persé één van de finalisten in de teamfinale zou worden. In de laatste rotatie op hun laatste toestel gingen de dames echter los, – aangevoerd door Boglarka Devai die met twee sprongen tot 14.616 punten (!) kwam -, en konden alsnog toch een flink feestje bouwen. Met 154,130 punten plaatste Magyar zich als zesde voor de teamfinale.  Net voor de teams van Spanje en Oekraïne, die in respectievelijk de derde en tweede divisie hun finaleplaats hadden weten veilig te stellen met respectievelijk 153,430 en 153,163 punten. Ze lieten niet de minsten achter zich. Italië, Duitsland en Zwitserland lieten ondanks individuele kwaliteiten te veel liggen en kwamen tekort op dit EK om als team mee te dingen voor een podiumplaats. (Opmerkelijk: Caterina Careghetti uit Italië heeft dezelfde vloermuziek als Lieke Wevers in de vorige Olympische cyclus, gemixt met een keiharde beat!)

Een Hongaarse turnster deelde haar beleving: “Het is zo geweldig om je te kwalificeren voor de teamfinale. Je hoopt zo dat je erbij zit en dan voelt dat zo goed als het lukt!” Ook de Spaanse delegatie in Glasgow was in alle staten met de prestatie van het damesteam: “We zijn hier heel blij mee! Tevreden dat het harde werk dat we vooraf hebben gedaan, hier naartoe leidde, dat we die finaleplek hebben behaald. Aan een plek op het erepodium denken we nog niet. Dat is nog te ingewikkeld. We zitten nu een aantal jaar buiten de Europese top en nu keren we eindelijk terug, dat gaat stap voor stap. We zijn nu blij met deze finaleplaats en bekijken het van moment tot moment. Je moet genieten van elk moment en wat je hier en nu bereikt. Die medailles komen later wel.” Toestelfinales zaten er in ieder geval niet in uiteindelijk. De grote virtuele winnaar van de kwalificatieronde, – als je dat al zo mag zeggen want in de finale begint elk team weer vanaf scratch -, was Frankrijk. Op alle toestellen, met alle turnsters, werden klinkende prestaties en scores neergezet met strak en fenomenaal turnen, in een Franse stijl met een uitgebalanceerde mix van power en elegantie. Op drie van de vier toestellen werd de hoogste teamscore behaald, op het vierde de op Rusland na beste. Als ze hier nog een schepje bovenop weten te gooien, kan het nog een hele mooie finale worden. De uitzinnige blije Franse deelnemers in de turnarena en de supporters op de tribune hadden toch wel een tikkeltje Hollandse nuchterheid over zich heen: “We wisten dat we kansen hadden met veel jonge landenteams, maar je moet het ook nog even doen.”

Zowel een Russische als een Zwitserse collega-journalist keken lijdzaam toe en reageerden berustend op de prestaties van hun landenteam. Het ene haalde de teamfinale wel, het andere niet. Beiden wezen op de opbouwfase waarin ze verkeren nu de wereldtoppers en grote namen die hun land afgelopen Olympische cyclus p de turnsportkaart gezet hebben, geblesseerd of gestopt zijn. De jonkies moesten hier de klus doen en hebben dat zo goed mogelijk proberen te doen, vinden ze. “Het ging naar verwachting. Dit is het EK en voor deze jonge turnsters is dit op zich een mooi moment om waardevolle ervaring op te doen die ze zeker van pas zal komen richting de Spelen van Tokyo 2020. Op de WK’s van 2018 en 2019, daar moet het gebeuren. Er is nog tijd om alle puntjes op de i te krijgen.” 

Uiteindelijk trok België haar team teruggetrokken uit de finale, omdat ze prioriteit zouden leggen bij het WK later dit jaar waar de pre-Olympische kwalificatie plaats zal vinden in de race naar Tokyo 2020. Ze willen hun beste turnsters die hier een mooie prestatie leverden heel houden, gezien het feit dat de spoeling onder de senioren in de selectie dun is en er weinig junioren de aansluiting zullen kunnen maken. Het EK wordt bij onze zuiderburen beschouwd als een geschikt groot internationaal toernooi om het team en de meeste (jonge) turnsters ervaring op te laten doen voor het doel waarnaartoe gewerkt wordt in deze Olympische cyclus: kwalificatie voor de Spelen. Ook een manier en keus om je voor te bereiden op wat komen gaat.

De teamfinale voor damesturnteams wordt gehouden op zaterdag 4 augustus 2018 vanaf 14:00 uur. Op vrijdagmiddag 3 augustus 2018 om 16:45 uur Nederlandse tijd komt het junioren damesturnteam van Nederland in actie, ook in de derde subdivisie. De senior en junior herenteams turnen op 9 en 10 augustus 2018 hun kwalificatieronde.

Meer informatie en de complete uitslagen zijn te vinden op de website van het toernooi.

Artikel © Sportredactie GymPOWER | Tekst en foto © Theresa Beijn met een bijdrage van © Casper Beijn en © Jeroen de Bruin