Actueel GP nieuws
Home » GP Actueel » Trampolinespringer Milco Abrahams begint aan zijn eerste seizoen als senior
Trampolinespringer Milco Abrahams begint aan zijn eerste seizoen als senior
Foto © Maurice Smeets

Trampolinespringer Milco Abrahams begint aan zijn eerste seizoen als senior

’s-HERTOGENBOSCH – Op 16 en 30 september en 7 oktober 2018  worden de WK-kwalificatiewedstrijden gehouden in Den Bosch en Alkmaar. Dan wil ‘Mr No Fear’ er staan. Oranjespringer Milco Abrahams van Turnoss in Oss, die ook bij Trampolinespringen Flik-Flak in Den Bosch traint, is regerend nationaal kampioen bij de oudste junioren en één van de beste trampolinespringers van Nederland. Begin dit jaar veroverde ‘Mr No Fear’ samen met clubgenoot Luuk Swinkels synchroonbrons op het EK, het eerste internationale succes voor de Nederlandse heren sinds lange tijd. Met een negentiende plaats individueel kwam hij heel dichtbij plaatsing voor de Youth Olympic Games volgende maand in Buenos Aires (eerste reserve). In dit nieuwe seizoen komt Abrahams voor het eerst uit bij  de senioren. Aan GymPOWER vertelde hij over zijn doelen voor komend seizoen, zijn motivatie en lef om met de risico’s en uitdagingen om te gaan en zijn passie voor de sport die hij bijna vanaf de wieg ontwikkeld heeft. Abrahams verwacht dat, gezien de nieuwe generatie talentvolle herenspringers van nu, het een sterke seizoenstart gaat worden die hem en zijn leeftijdsgenoten kan leiden naar groot succes op termijn. “Hier in Nederland hebben de dames jarenlang de trampolinesport gedomineerd. Het is nu de beurt aan de heren, wij komen er aan!” 

Foto © Casper Beijn

Foto © Casper Beijn

Het nieuwe seizoen ga je in als nieuwbakken senior, hoe voelt dat?

“Dat is best wel spannend. Ik had wel eens synchroon gesprongen samen met Sven [Hop -RedGP] bij de senioren, maar nu individueel ook. Dat is een grote verandering. Bij de senioren moeten er vier moeilijkere sprongen bij in de verplichte oefening. Qua technische moeilijkheid moeten we dus een grote stap maken. Voor mij is dat niet het grootste probleem, denk ik, maar het is wel allemaal nieuw. Ik zie er niet tegenop, ik heb er echt zin in. Ook om tegen de senioren van het afgelopen jaar te strijden en te laten zien wat ik kan. Tot nu toe ben ik vooral bezig geweest met nieuwe combinaties uitproberen met moeilijkere sprongen, zodat die in de oefening kunnen. Ik heb tegen mijn trainer gezegd: als je mij niet hoog genoeg vindt springen, dan moet je dat gewoon zeggen. Dan doe ik het nog een keer, zodat ik steeds hoger ga springen, dat scheelt een hoop. Maar voor de rest bereid ik me niet heel erg anders voor op een wedstrijd dan normaal. Zoals ik het altijd heb gedaan, gewoon chill en we zien wel wat komt.”

Nu je er nog meer moeilijkheid in moet gooien, hoe gaat Mr No Fear daarmee om?

“De nieuwe sprongen die ik in mijn oefening ga doen, heb ik al een paar keer gedaan los, dus ik heb sowieso geen angst dat ik ze niet kan. Het is wel even wennen hoe het gaat in een sprongenserie. Ik kan de sprong wel los, maar als ik het na negen andere sprongen moet doen, is dat wel anders. Dat is dan meer om te kijken wat wel of niet kan, maar niet met angst dat ik het niet kan. Je kunt verschillende soorten mensen in het springen tegenkomen. Je hebt springers die er niet zoveel over nadenken en die denken: ‘Dat kan ik wel, dat doe ik gewoon in een oefening en dat komt wel goed.’ Ik heb altijd wel gehad dat ik stap voor stap moet opbouwen of sprong voor sprong moet kijken en zo langzaam bekijken en erover nadenken wat ik wel of niet kan. In plaats van gaan met die sprongen… Dat heb ik altijd zo gehad, daar voel ik me wel veilig bij.”

Hoe zit het dan met die uitdagingen op je Instagram-account?

“Die speelsprongen, dat zijn dingen voor na de training, bij mijn werk, als ik vrije tijd heb. Het gaat vaak om een combinatie of serie van sprongen, die ik doe als ik het qua techniek en basis aankan. Ik had een keer voor de grap gevraagd of iemand nog iets leuks wist om te doen. Hadden eerst twee mensen gereageerd en daarna iedereen opeens met voorstellen. Sommige zijn moeilijk, sommige zijn best te doen. Het zijn allemaal combinaties van sprongen waarvan ik weet dat ik ze ooit of binnenkort zal kunnen en dat ik er ook op moet trainen. Dat vind ik één van de leuke dingen van die uitdagingen. Speelsprongen doe ik vrij weinig in de gordels. Een enkele sprong heb ik daarin geleerd, de rest doe ik sowieso in de blokkenbak. Bij sommige sprongen, dat is heel vaak bedenken van: ok, ik doe eerst een dubbel tot lig en als dat goed gaat, gewoon vasthouden en doorzetten naar triple. Daar hoef je niet persé in een gordel of blokkenbak te doen, daarvan moet je gewoon weten of je dat kan. Sommige uitdagingen zijn onmogelijk en te moeilijk voor wat ik nu kan en dan doe ik ze niet, hoe leuk de uitdaging ook is. Misschien dat ik het ooit nog wel een keer probeer,  over een jaar of zo. Nu is het nog te moeilijk en kan ik de sprongcombinatie nog niet maken, maar binnenkort misschien niet meer. Die uitdagingen geven me doelen waar ik naartoe zou kunnen werken. Dat is wel leuk.”

Milco-Abrahams-NK18-Aoy-©Maurice-Smeets-3Hoe leuk is de trampolinesport in vergelijking met andere sporten?

“Het is superleuk! Mijn ouders hebben mij op de trampoline gezet toen ik een maand oud was. Daar is ergens nog een foto van.  Andere sporten zijn ook wel leuk, maar niks is leuker dan het trampolinespringen. Het is ook niet echt te vergelijken met een andere sport, vind ik. Ik heb ook een paar jaar geturnd, gekorfbald en gevoetbald. Dat heb ik best lang gedaan. Mensen zeggen dat trampolinespringen lijkt op turnen of zelfs schoonspringen, maar ik vind dat het een heel andere sport is. Het trainen, het gevoel te kunnen vliegen, het springen en draaien, gewoon alles bij elkaar op de trampoline is leuk. Ik ben als kind begonnen met trampolinespringen. Mijn ouders zijn trampolinetrainers, dus was die keuze logisch. Het zat er vroeg in, maar ik wilde het ook zelf. Bij Turnoss mochten we de laatste tien minuten van de gymles vrij spelen. Vaak gingen de meeste kinderen dan met z’n allen op de trampoline springen en gek doen. Ik ging altijd in m’n eentje speelsprongen oefenen. Ik weet nog wel dat toen ik drie of vier jaar oud was, dat ik super veel zin had om te gaan springen en wilde gaan trainen, maar dat mocht pas vanaf vijf en een half jaar. Dan pas mocht je trampolineles volgen. Ik weet nog mijn eerste les, ik was heel stil en durfde bijna niets. Ik was een soort van overdonderd van alles. Met een training was alles heel anders dan gewoon vrij spelen, toen ik nog geen lessen had. Ik kwam langzaam op gang in de sport. Twee jaar terug ben ik gestopt met voetbal, zodat ik me alleen op het trampolinespringen kon richten. Gelukkig heb ik het kunnen blijven volhouden!”

Hoe moeilijk is het voor de heren om door te breken in deze sport?

“Als je internationaal kijkt, heb ik niet echt het idee, dat de aandacht vooral naar de dames gaat. Het is gewoon zo, dat mannen meer moeilijkheid en soorten sprongen  in hun oefeningen hebben en daar kijken sportliefhebbers graag naar. Als je naar Nederland kijkt, dan zie je wel dat vrouwen meer bereikt hebben in het trampolinespringen en dan is het logisch dat ze meer aandacht krijgen. Maar wat niet is, kan nog komen. Daar gaat verandering in komen. Of ik of de andere jongens, iemand gaat daarvoor zorgen. Er zijn nu zeker veel talentvolle jongens in Nederland die er hard voor werken en de wereldtop kunnen bereiken. Als het iemand lukt, wie ook, zou dat alleen maar mooi zijn.”

Waar werk je naartoe als senior, wat zijn je doelen?

Foto © Maurice Smeets

Foto © Maurice Smeets: Milco Abrahams op NK 2018 in Rotterdam Ahoy

“Allereerst naar de kwalificatiewedstrijden voor het WK 2018. De eerste in de Flik-Flak hal in Den Bosch wordt ook mijn eerste wedstrijd als senior. Eerst kijken of het lukt of niet, de limiet is hoog. Het zou el supervet zijn als ik het haal. Dan weet ik waar ik sta internationaal. EK’s en WK’s zijn natuurlijk wel doelen, maar uiteindelijk is deelnemen aan de Olympische Spelen het ultieme doel. In 2020 en/of in 2024. Je bent het beste tussen je 22ste en 24ste zeggen ze, maar het ligt eraan hoe je motivatie is daarna, denk ik. Rea Lenders nam in 29 jaar tijd deel aan twee Spelen, in 2004 en 2012. Daarna bleef ze deelnemen aan wedstrijden tot ze op haar 37ste stopte. Als je plezier hebt in je sport, dan kun je nog lang blijven doorgaan, denk ik. Ook in de topsport.”

Kun je beter presteren met meer ervaring of staat elke wedstrijd op zich?

“Vanaf de aankomende kwalificatiewedstrijden doe ik alleen maar ervaring op als senior. Of het nou een WK is of de OIympische Spelen, er is wel verschil in de druk in de wedstrijd, maar niet zozeer de tegenstanders waartegen je moet springen of het wedstrijdformat. Dat soort dingen hoef je niet echt ervaring mee op te doen. Het is meer dat de Olympische Spelen een heel belangrijk evenement is, waar je als sporter altijd wel aan mee zou willen doen. Ik denk dat het de tweede keer net zo leuk zou zijn, niet perse beter of zo.”

Hoe voelde het synchroonbrons met Luuk Swinkels op het EK 2018?

“Dat was wel een gaaf moment. Eerst die voorrondes waren we negende geworden, toen waren we op de geschoonde lijst als zesde door. We dachten toen, als we heel goed springen dan kunnen we weer als zesde of misschien wel als vierde eindigen. In de finale hadden we een supergoede oefening, voor mij één van de beste ooit, en het ging ook heel goed synchroon. Toen we op dat bankje gingen zitten en de score kregen, konden we niet anders dan heel tevreden mee zijn. Daarna kwamen de Duitsers, die sprongen niet goed genoeg om ons qua score te verslaan. De Belgen vielen. De Russen, Portugezen en Wit-Russen volgden. Als die het uitsprongen dan eindigen we als vierde van Europa, beseften we. Dat zou ook prima zijn geweest. Vervolgens vielen de Russen ook en stonden we plots derde. We hebben nog tevergeefs stiekem gehoopt, dat de score van de andere twee niet hoger zou zijn. Uiteindelijk stonden we tevreden op het erepodium met brons. Het was goed zo. Ik had het zelf hard nodig. Daarvoor had ik heel lang (inter)nationaal geen goede wedstrijden gedraaid. Op dat EK had ik individueel de halve finale bereikt, maar viel. Gelukkig ging het synchroon onwijs goed. Het voelde heel goed, om eindelijk weer iets te kunnen winnen waar je hard voor hebt gewerkt.”

Heb je meegedaan aan de jaarlijkse Ossche Apenkooienkampioenschappen bij Turnoss?

“Ik heb er altijd aan meegeholpen en vorig jaar heb ik een keertje meegedaan. Toen was er ook een categorie voor leerlingen van de middelbare school en volwassenen. Ons team werd eerste, maar er waren maar drie teams. Ik zie apenkooien meer als een spel. Dat doe je één keer per jaar. Het is leuk om mee te doen, maar je traint er niet voor. Voor een sport moet je regelmatig trainen. Ik deed deze zomer mee aan street diving. Je mocht alleen meedoen als je aan trampolinespringen, schoonspringen, high diving of cliff diving deed. Dus door mijn sportervaring kon ik meedoen, maar het is niet dat ik daar op train in mijn tuin of zo. Er staat trouwens ook geen trampoline, daar is de tuin te klein voor. We hadden vroegen een Eurotramp bij ons in de garage staan, omdat het nog niet bij Turnoss paste. Dat hebben we een keer op de oprit uitgeklapt, maar daarna ook niet echt de behoefte om een eigen trampoline te kopen gehad. In een hal heb je matten aan alle kanten en in de tuin, als je eraf valt, val je op de stenen of op de grond. Dat is niet erg veilig. Al is het gevoel van buiten springen wel fijn, het voegt iets bij. Het doet mij meer denken aan het spelen.”

Milco-Abrahams-NK18-Aoy-©Maurice-Smeets-5Trampolinesport is een mentaal spelletje, hoe houd je jezelf scherp?

“In de trainingen heb je mentale power zeker nodig. Als je nooit iets durft, kom je ook nooit verder. Op de wedstrijden moet je wel geconcentreerd zijn, maar je moet niet té gefocust zijn. Als je alles perfect wil doen, gaat het vaak fout. Je moet er wel een balans in zien te vinden. Vaak ben ik gewoon rustig, geconcentreerd maar ook chill. Ik zie wel wat er gebeurt. Als het fout gaat, ja dan gaat het fout, maakt niet uit. Ik heb niet echt stress of zo, dat ik het goed moet doen. Als je die druk niet hebt, dan zijn de wedstrijden ook vaak chill. Er zijn springers die dat heel sterk hebben. Ze moeten van zichzelf dit en dat, en als dat niet lukt dan gaat alles zeker fout. Ze moeten ook winnen… Als je er zo over gaat denken, gaat het springen ook aan ten onder denk ik. Bij mij dan in ieder geval. Ieder is anders, misschien werkt dat bij een ander wel, bij mij niet.”

Heb je er zin in, in het nieuwe seizoen? Heb je nog een goede tip?

Jazeker, ik heb er zeker zin in! Een goede tip? Ik denk dat twee dingen belangrijk zijn. Kinderen die beginnen met springen, moet je ook laten spelen en blijf altijd goed opletten bij elke springer. Hier bij Flik-Flak zijn ze best wel streng qua lesgeven, dat is  ook goed voor die jonge kinderen. Maar je moet die beginners ook laten spelen, want als je spelenderwijs gave dingen uitprobeert en met kleine stapjes die speelsprongen kan leren, dan kun je als je op een hoog niveau gaat springen een combinatie van elementen soms in één keer aanleren en doen, in één sprong. Speelsprongen is belangrijk voor je coördinatievermogen, je bewustzijn in de lucht zeg maar. Door te kijken naar andere springers, op welk niveau ook, kun je ook veel leren. Op het NK in Ahoy stond ik te kijken bij de C/D/E-springers en toen vroeg iemand me verbaasd waarom ik dat deed. Als zo’n springer bijvoorbeeld een perfecte sprong voorover doet, kan ik daar nog iets van opsteken. Je kunt van bijna iedereen iets leren. Je moet de rest van je collega springers niet negeren, maar ontvangen hoe ze trainen, doen en denken. Dat maakt je sterker als persoon en als springer.”

Het WK Trampolinespringen 2018 vindt van 7 tot en met 10 november 2018 plaats in St. Petersburg, Rusland. Gevolgd door de World Age Group Competition (WAGC), – het WK voor junior en jeugdspringers -, die van 15 tot en met 18 november 2018  plaats vindt op dezelfde locatie, het St. Petersburg Sports and Concert Complex. De selectieprocedure en limieteisen zijn te vinden op de website van de KNGU. Op WK en WAGC staan naast het trampolinespringen ook het dubbelminitrampolinespringen (DMT) en tumbling op het programma. Meer informatie over WK en WAGC is te vinden via de website van de internationale gymfederatie FIG.

Artikel © Sportredactie GymPOWER | Auteur tekst en interview © Theresa Beijn | Foto’s © Maurice Smeets en (inzet) © Casper Beijn